|
Whiplash: een eenvoudige letselschade?
Op 2 april 2003 zat cliënte met haar man en twee kinderen in de auto op weg naar huis. Vlakbij hun woning werd de auto vanachter vol geraakt door een vrachtauto. Direct na het ongeval werd cliënte overgebracht naar de afdeling eerste hulp van het ziekenhuis in Hilversum. Het gebruikelijk onderzoek werd uitgevoerd, maar er werden geen afwijkingen gevonden. Ook de röntgenfoto’s lieten geen afwijkingen zien. Cliënte werd weer naar huis gestuurd met een halskraag. De volgende dag bezocht cliënte haar huisarts. Hij legde haar uit, dat er bij haar sprake was van een fors whiplash trauma. De symptomen waren ernstige nekklachten, tintelingen en een doof gevoel in de rechter arm en hoofdpijn.
Rechtsbijstandverzekeraar
Cliënte heeft een rechtsbijstandsverzekering. Het werd haar snel duidelijk, dat zij bij haar rechtsbijstandverzekeraar geen slachtoffer was maar een dossier. Vanaf de meldingsbevestiging werd zij overladen met brieven. Niemand bekommerde zich echter om haar klachten, behoudens haar echtgenoot en haar kinderen. Cliënte wilde op dat moment erkenning van haar letsel met de daarbij behorende klachten, als ook een financiële compensatie voor de door haar gemaakte kosten. Doordat de voorschotten achter bleven op de werkelijke kosten van cliënte na het ongeval begonnen “de radertjes in het gezin” steeds stroever te draaien. In zijn vrije tijd verzorgde de man de volkstuintjes van enkele particulieren. Hij verdiende daarmee op een zaterdag circa € 100,- bij. Elke maand leverde dat toch een bedrag van circa € 400,- tot € 500,- op. Aangezien hij moest bijspringen in de huishouding, kon hij deze werkzaamheden niet meer uitvoeren. Cliënte werkte als interieurverzorgster bij haar bejaarde buurman, waarvoor zij een kleine vergoeding kreeg. Ook deze extra inkomsten waren door het ongeval weggevallen.
Advocatenkantoor
Ontevreden over de behandeling van haar letselschade en het gebrek aan voldoende daadkracht ter verkrijging van adequate bevoorschotting besloot cliënte over te stappen naar een gerenommeerd advocatenkantoor in Amersfoort, dat zich heeft gespecialiseerd in de behandeling van letselschaden. Tussen de letselschadeadvocaat en de personenschade-expert die door de aansprakelijke verzekeraar was ingeschakeld, kwam wederom een correspondentiestroom op gang die voor cliënte niet was te bevatten. De verzoeken van de letselschadeadvocaat om aanvullende voorschotten, in verband met de grote financiële nood bij cliënte en haar gezin, werden verworpen door de personenschade-expert. De letselschadeadvocaat reageerde daarop weer met een uitvoerige reactie. Nog sterker dan bij de rechtsbijstandverzekeraar kreeg cliënte het idee dat beide heren over haar hoofd heen elkaar werk bezorgden zonder zich om haar leed en financiële nood te bekommeren. Er moesten kosten worden gemaakt in verband met hulp in de huishouding, taxikosten naar en van het revalidatiecentrum, behandelingskosten van de chiropractor etc. Desalniettemin bleef zij verstoken van adequate bevoorschotting.
Als klap op de vuurpijl kreeg cliënte een bedrag overgemaakt van circa € 4.000,-, waarvan zij dacht dat het bedoeld was als een voorschot op de door haar gemaakte kosten. Het tegendeel bleek waar te zijn. Deze kosten waren bedoeld als een voorschot op de kosten van rechtsbijstand buiten rechte van de letselschadeadvocaat. Groot was haar teleurstelling dat zij dit bedrag aan haar advocaat moest terugbetalen. Zij kon niet eens meer over dit bedrag beschikken omdat haar rekening al geruime tijd rood stond. Met haar advocaat werd overeengekomen om direct de helft van dit bedrag te voldoen en de andere helft in een maandelijkse termijn van € 100,- af te betalen.
Tot haar grote schrik ontving zij van de letselschadeadvocaat nog een brief waarin haar werd medegedeeld, dat er nota’s openstonden tot een bedrag van € 3.500,-. Deze nota’s waren door de aansprakelijke verzekeraar niet vergoed, ondanks dat de aansprakelijkheid is erkend! Kennelijk op grond van de tussen het kantoor en cliënte gemaakte afspraken kwamen deze nota’s volledig voor rekening van cliënte, terwijl bij het intakegesprek heel duidelijk werd gezegd dat de nota’s bij de aansprakelijke verzekeraar zouden worden ingediend. De aansprakelijke verzekeraar was verplicht om deze nota’s te vergoeden. Volgens cliënte werd er niet bij vermeld, dat de verzekeraar slechts de redelijke kosten van rechtsbijstand behoeft te vergoeden. Welke kosten als redelijk en billijk beschouwd kunnen worden is uiteraard voor discussie vatbaar. In het april 2005 was voor cliënte de grens bereikt en zij vroeg Letsel.nl om de zaak van de letselschadeadvocaat over te nemen.
Letselschaderegeling
Met een tweetal uitvoerige brieven bracht Letsel.nl de problematiek binnen het gezin van cliënte nog eens onder de aandacht van de personenschade-expert. Tevens werd met een getuigenverklaring onderbouwd dat cliënte in een kledingzaak zou zijn gaan werken als het ongeval niet was gebeurd. Cliënte miste daardoor behoorlijk wat inkomsten, zodat een aanvullend voorschot des te meer gerechtvaardigd was. Dit aspect was volledig aan de letselschadeadvocaat voorbij gegaan. De personenschade-expert was na een lange discussie bereid om zijn opdrachtgever te adviseren een aanvullend voorschot van € 1.500,-- betaalbaar te stellen, terwijl cliënte een tekort had op haar schadestaat van ruim € 10.000,--. Met deze mededeling van de expert liep de spanning binnen het gezin zodanig op dat cliënte en haar echtgenoot op het punt stonden te besluiten om te gaan scheiden. Cliënte zag het niet meer zitten. Bij wijze van uitzondering bracht Letsel.nl deze problematiek onder de aandacht bij de directie van de aansprakelijke verzekeringsmaatschappij. Tot bijzonder verrassing van cliënte bleek de empathie en de erkenning van haar leed wel bij de directie aanwezig te zijn. De directie deelde mede, dat de discussie omtrent een aantal schade-uitgangspunten deeldiscussies waren, die op dit moment niets opleveren en zeker niet bepalend waren voor het eindresultaat. Volgens de directie dienden deze discussies pas te worden gevoerd op een later moment. Zij besloot om die reden alsnog een voorschot van € 10.000,-- betaalbaar te stellen zodat cliënte tot het tijdstip van een definitieve regeling financieel in staat werd gesteld om de door haar gemaakte kosten te kunnen voldoen. Groot was uiteraard de blijdschap bij cliënte, maar minder bij de personenschade-expert. Niettemin leidde deze brief van de directie wel tot het doorbreken van een impasse. In ieder geval werd de correspondentiestroom ingedamd. Tijdens een gezamenlijk bezoek met de personenschade-expert bij cliënte werden eindelijk duidelijke afspraken gemaakt met betrekking tot de verdere schadebehandeling. Ook werd een termijn bepaald waarin partijen beoogden om de zaak af te wikkelen. Deze termijn werd ook gehaald en in een bespreking op 20 juni jl. werd de zaak beklonken voor een totaalbedrag van iets meer dan € 110.000,--. Cliënte kon eindelijk na drie sombere zomermaanden met een gerust hart met haar gezin eindelijk weer op vakantie gaan.
Top pagina
|